Minder Slikken – Remke van Staveren

minder slikken

Inleiding

Ik kwam Minder slikken tegen in een boekenwinkel bij mij in de buurt. Ik had al eens iets van Remke van Staveren gelezen en was daarom benieuwd naar dit boek. Ook het onderwerp sprak me aan, omdat ik zelf psychofarmaca gebruik en me soms afvraag of ik al deze medicatie nog nodig heb.

De titel Minder slikken trok daarom meteen mijn aandacht. Het boek gaat namelijk niet simpelweg over stoppen met medicatie, maar vooral over de vraag wanneer psychofarmaca nog nodig zijn, wanneer minder misschien mogelijk is en hoe je verantwoord kunt afbouwen.

Waar gaat het boek over?

In Minder slikken schrijft psychiater Remke van Staveren over het gebruik en afbouwen van psychofarmaca. Daarbij komen verschillende soorten medicatie aan bod, waaronder antidepressiva, antipsychotica, stemmingsstabilisatoren, slaap- en kalmeringsmiddelen en ADHD-medicatie.

Het boek begint met een aantal algemene onderwerpen. Wat doen psychofarmaca eigenlijk? Kun je eraan verslaafd raken? Klopt een diagnose die ooit gesteld is nog steeds? En hoe zit het met het bekende verhaal dat psychische klachten worden veroorzaakt door een tekort aan bepaalde stofjes in de hersenen?

Daarna gaat Van Staveren onder andere in op bijwerkingen, polyfarmacie, samen beslissen met je arts, het betrekken van naasten en behandelaars en het belang van een signaleringsplan. Uiteindelijk wordt het steeds praktischer en komt het daadwerkelijke afbouwen aan bod: welk middel bouw je als eerste af, hoe doe je dat veilig en wat kun je doen bij ontwenningsverschijnselen, reboundklachten of een terugval?

Achter in het boek staan bovendien praktische hulpmiddelen, waaronder een signaleringsplan en een zelfmonitoringslijst.

Mijn ervaring met het boek

Het boek is logisch opgebouwd en de titel is wat mij betreft goed gekozen. Van Staveren is psychiater, maar stelt zich in het woord vooraf meteen persoonlijk en kwetsbaar op. Ze vertelt over haar eigen ervaring met antidepressiva en hoe het afbouwen daarvan voor haar is verlopen.

Dat vond ik prettig, omdat ze daardoor niet alleen vanuit haar rol als psychiater naar medicatie kijkt. In het boek combineert ze wetenschappelijke kennis met ervaringen uit de praktijk en ervaringskennis.

Wat ik daarbij belangrijk vind, is dat Minder slikken geen pleidooi is om zomaar met psychofarmaca te stoppen. Van Staveren maakt juist meerdere keren duidelijk dat minder slikken niet automatisch betekent dat je helemaal moet stoppen. Eerst wordt gekeken of minder mogelijk is. Pas daarna kan stoppen eventueel een doel worden, als dat haalbaar is én iemand dat zelf wil.

Ook raadt ze af om zonder professionele begeleiding te gaan afbouwen. Die waarschuwing komt op verschillende plaatsen in het boek terug.

Een onderwerp dat ik interessant vond, is de bekende uitleg dat psychische klachten zouden ontstaan door een tekort aan een bepaald 'stofje' in de hersenen. Van Staveren bespreekt waar deze gedachte vandaan komt en waarom deze eenvoudige verklaring wetenschappelijk niet goed houdbaar is. Ze laat daarbij ook zien welke rol de farmaceutische industrie heeft gespeeld bij het populair worden van deze boodschap.

Wat het boek voor mij vooral prettig leesbaar maakt, zijn de vele voorbeelden uit de praktijk. Die maken soms behoorlijk ingewikkelde onderwerpen veel concreter.

Een voorbeeld dat mij is bijgebleven, gaat over antipsychotica als een soort noise cancelling. Van Staveren beschrijft een jongeman met autisme die veel baat had bij zijn antipsychoticum, omdat hij hierdoor minder last had van prikkels. Hij kon daardoor zelfs zonder zijn noise-cancelling koptelefoon in een drukke kantoortuin werken. Toen hij hoorde welke bijwerkingen het middel op langere termijn kon hebben, besloot hij uiteindelijk te onderzoeken of hij kon afbouwen en op andere manieren met overprikkeling kon leren omgaan.

Ik vond dit een mooi voorbeeld, juist omdat het laat zien dat medicatie niet simpelweg 'goed' of 'slecht' is. Een middel kan iemand daadwerkelijk helpen en tegelijkertijd nadelen hebben. De vraag wordt dan welke voordelen en nadelen voor die persoon het zwaarst wegen.

Van Staveren is ook duidelijk over mogelijke bijwerkingen van psychofarmaca. Ze bespreekt bijvoorbeeld sufheid en slaperigheid, bewegingsstoornissen, gewichtstoename en het minder sterk ervaren van emoties. Sommige cliënten omschrijven dat laatste treffend als een soort 'zombiegevoel'.

Daarnaast bevat het boek veel praktische tips. Zo stelt Van Staveren voor om eens een overzicht te maken van alle medicatie die je gebruikt: wat slik je, waarvoor gebruik je het en tot welke groep behoort het? Zeker wanneer iemand meerdere psychofarmaca tegelijk gebruikt, kan zo'n overzicht aanleiding zijn om samen met een arts te bekijken of alles nog nodig is.

Ook wordt uitgebreid besproken wat je kunt verwachten wanneer je daadwerkelijk gaat afbouwen. Wat doe je bijvoorbeeld wanneer klachten terugkomen? Zijn dat ontwenningsverschijnselen, een reboundeffect of tekenen van een daadwerkelijke terugval? En wanneer moet je het afbouwen vertragen of misschien helemaal stoppen?De praktische hulpmiddelen achter in het boek, zoals het signaleringsplan en de zelfmonitoringslijst, passen daar goed bij.

Wat ik ervan vind

Wat ik sterk vind aan Minder slikken, is dat het onderwerp niet zwart-wit wordt benaderd. Het boek zegt niet dat psychofarmaca slecht zijn of dat iedereen ermee zou moeten stoppen. Tegelijkertijd stelt Van Staveren wel kritische vragen bij langdurig medicatiegebruik en bij het gebruik van meerdere middelen naast elkaar.

Juist die middenweg spreekt mij aan.

Omdat ik zelf psychofarmaca gebruik, zette het boek mij ook aan het denken over mijn eigen medicatie. Niet meteen in de zin van: hier wil ik mee stoppen, maar eerder: waarom gebruik ik ieder middel eigenlijk nog, wat levert het me op en is de huidige dosering nog steeds passend?

Misschien is dat ook wel de belangrijkste boodschap die ik uit het boek haal. Medicatie hoeft niet iets te zijn waar ooit mee begonnen is en waar daarna nooit meer naar wordt gekeken. Het is goed om er af en toe opnieuw bij stil te staan en het gesprek erover aan te gaan met degene die de medicatie voorschrijft.

Minder slikken geeft daarvoor veel informatie en praktische handvatten, zonder te doen alsof afbouwen eenvoudig of voor iedereen de juiste keuze is.