Frederik van Eeden 1860 – 1932

Frederik van Eeden – schrijver én psychiater
Frederik van Eeden (1860–1932) kennen de meeste mensen waarschijnlijk als schrijver van De kleine Johannes en Van de koele meren des doods. Wat ik zelf interessant vind, is dat Van Eeden naast schrijver ook arts was en zich bezighield met psychiatrie en psychotherapie.
Hij leefde in een periode waarin de psychiatrie er natuurlijk heel anders uitzag dan tegenwoordig. Psychotherapie zoals we die nu kennen stond nog in de kinderschoenen en juist Van Eeden was een van de mensen die in Nederland experimenteerde met nieuwe manieren om psychische klachten te behandelen.
Dat maakt hem voor mij interessant. Niet alleen vanwege zijn boeken, maar ook vanwege zijn rol in de vroege ontwikkeling van de psychotherapie in Nederland.
Van arts naar psychotherapie
Van Eeden studeerde geneeskunde in Amsterdam en deed in 1885 zijn artsexamen. In eerste instantie leek hij dus een vrij normale medische carrière tegemoet te gaan, maar al snel raakte hij geïnteresseerd in hypnose en suggestie.
Hij verdiepte zich onder andere in de ideeën van de School van Nancy in Frankrijk. Daar werd geëxperimenteerd met hypnose en suggestie als behandeling voor verschillende klachten.
Tegenwoordig klinkt hypnose misschien niet direct als iets wat je met reguliere psychiatrie in verband brengt. Maar eind negentiende eeuw werd er serieus onderzoek gedaan naar de mogelijkheden ervan.
Voor Van Eeden was vooral het idee interessant dat je klachten niet alleen via het lichaam kon behandelen, maar dat ook de menselijke geest invloed had.
Het Instituut voor Psychische Therapie
In 1887 begon Van Eeden samen met arts Albert Willem van Renterghem een praktijk in Amsterdam. Deze kreeg later de naam Instituut voor Psychische Therapie.
Ze behandelden patiënten onder andere met hypnose, suggestie en gesprekken.
Eigenlijk vind ik vooral het jaartal bijzonder. We hebben het over 1887. Freud moest zijn belangrijkste werk over de psychoanalyse nog schrijven en psychotherapie was nog helemaal geen vanzelfsprekend onderdeel van de psychiatrie.
Van Eeden en Van Renterghem waren dus aan het experimenteren met iets wat toen nog behoorlijk nieuw was: het behandelen van klachten door niet alleen naar het lichaam te kijken, maar ook naar gedachten, gevoelens en ervaringen.
Van Eeden schreef in 1892 zelfs over wat hij het beginsel der psycho-therapie noemde.
Als je bedenkt hoe normaal het woord psychotherapie tegenwoordig is, vind ik het bijzonder om teksten te lezen uit een periode waarin nog uitgelegd moest worden wat psychotherapie eigenlijk was.
De schrijver en de psychiater
Bij Van Eeden vind ik het moeilijk om zijn werk als schrijver en zijn interesse in psychiatrie helemaal van elkaar los te zien.
Een goed voorbeeld daarvan is Van de koele meren des doods uit 1900. Het boek gaat over Hedwig Marga de Fontayne en beschrijft onder andere psychisch lijden, seksualiteit, verslaving en psychiatrische behandeling.
Van Eeden kon onderwerpen die hij als arts tegenkwam dus ook verwerken in zijn literaire werk.
Dat vind ik interessant, omdat een roman natuurlijk iets heel anders doet dan een psychiatrisch studieboek. In een studieboek kun je uitleggen wat een psychische aandoening is. In een roman kun je proberen te beschrijven hoe het voor iemand voelt om psychisch te lijden.
Juist die combinatie zie je bij Van Eeden regelmatig terug.
Ellen
Een ander verhaal uit het leven van Van Eeden vind ik ingewikkelder.
Van Eeden behandelde Emilie van Hoogstraten-van Hoytema, die hij Ellen noemde. Tussen hen ontstond een zeer persoonlijke en emotionele relatie. De naam Ellen kennen we ook van zijn dichtwerk Ellen. Een lied van de smart.
Vanuit onze huidige kijk op de verhouding tussen een behandelaar en een patiënt roept dat natuurlijk vragen op. Tegenwoordig zijn de professionele grenzen daarin heel duidelijk.
Ik vind het wel belangrijk om dit onderdeel van zijn leven te benoemen. Anders ontstaat al snel het beeld van Van Eeden als de vooruitstrevende arts die zijn tijd alleen maar ver vooruit was. Ook hij was een mens uit een andere tijd en niet alles uit zijn leven hoeven we met onze huidige blik als vooruitstrevend te beschouwen.
Dat maakt hem voor mij eigenlijk alleen maar interessanter.
Altijd op zoek
Van Eeden hield zich bovendien met veel meer bezig dan alleen literatuur en psychiatrie.
In 1898 richtte hij bij Bussum de kolonie Walden op. Hij probeerde daar zijn ideeën over een andere manier van leven en samenwerken in de praktijk te brengen. Uiteindelijk mislukte het experiment en werd Walden in 1907 opgeheven.
Daarnaast hield hij zich bezig met dromen, spiritualiteit en onderzoek naar verschijnselen die we tegenwoordig waarschijnlijk paranormaal zouden noemen. Later in zijn leven werd religie steeds belangrijker voor hem en in 1922 werd hij katholiek.
Als ik naar zijn hele leven kijk, krijg ik daardoor vooral het beeld van iemand die voortdurend op zoek was.
Naar manieren om psychische klachten te behandelen, maar ook naar antwoorden op grotere vragen over de mens, de samenleving, bewustzijn en zingeving.
Niet iedere zoektocht leidde ergens toe en niet al zijn ideeën hebben de tand des tijds doorstaan.
Van toen naar nu
Juist daarom vind ik het interessant om Van Eeden vanuit het heden te bekijken.
Hypnose en suggestie hebben tegenwoordig een heel andere plaats binnen de zorg dan in zijn tijd. Ook zijn interesse in spiritualiteit en psychical research past niet zomaar binnen de huidige wetenschappelijke psychiatrie.
Maar zijn belangstelling voor wat er in de menselijke geest gebeurt en zijn idee dat je bij behandeling verder moet kijken dan alleen lichamelijke verschijnselen, passen wel in de ontwikkeling die de psychiatrie en psychologie daarna hebben doorgemaakt.
Daarmee was hij een van de mensen die aan het begin stonden van de psychotherapie in Nederland.
Ik vind het daarbij wel belangrijk om hem niet achteraf allerlei moderne ideeën toe te schrijven. Van Eeden werkte eind negentiende en begin twintigste eeuw en keek dus ook met de kennis en ideeën van zijn eigen tijd naar patiënten.
Dat verschil tussen toen en nu is juist wat ik interessant vind.
Uit mijn boekenkast
Frederik van Eeden heeft voor mij nog iets extra’s ten opzichte van sommige andere mensen over wie ik op deze site schrijf: ik verzamel ook zijn boeken.
Daardoor kom ik hem niet alleen tegen wanneer ik over de geschiedenis van de psychiatrie lees, maar staat hij ook letterlijk in mijn boekenkast.
Een van die boeken is mijn exemplaar van Ellen. Een lied van de smart uit 1900. Het boek is op zichzelf al meer dan honderd jaar oud, maar wordt voor mij vooral interessant door de handgeschreven opmerkingen die een vorige lezer in de marges heeft achtergelaten.
En zo komen bij Van Eeden eigenlijk verschillende interesses van mij bij elkaar: oude boeken, literatuur en de geschiedenis van de psychiatrie.
Conclusie
Frederik van Eeden is moeilijk onder één noemer te plaatsen. Hij was arts en psychotherapeut, maar ook schrijver, dichter en maatschappelijk denker. Later kwamen daar zijn belangstelling voor spiritualiteit en religie nog bij.
Misschien vind ik hem juist daarom zo interessant.
Hij leefde in een tijd waarin psychotherapie nog nauwelijks bestond en experimenteerde met manieren om psychische klachten te behandelen die toen nieuw waren. Tegelijkertijd schreef hij romans en gedichten waarin psychisch lijden en de menselijke ervaring een belangrijke plaats kregen.
Niet al zijn ideeën zijn met de tijd meegegaan en sommige gebeurtenissen uit zijn leven bekijken we tegenwoordig heel anders.
Maar wanneer je naar het begin van de psychotherapie in Nederland kijkt, kom je Frederik van Eeden vanzelf tegen.
En voor mij is het extra leuk dat diezelfde man ook gewoon met verschillende boeken in mijn boekenkast staat.