In therapie of niet? – Ron van Deth & Walter Vandereyken

Inleiding
Ik kwam In therapie of niet? tegen in een kringloopwinkel bij mij in de buurt. De titel sprak me eigenlijk meteen aan. Het is een klein en vrij dun boekje dat probeert antwoord te geven op een vraag die misschien heel eenvoudig klinkt: wanneer heb je eigenlijk therapie nodig?
Die vraag blijkt al snel een stuk ingewikkelder te zijn.
Want wanneer is iets een psychisch probleem en wanneer hoort het gewoon bij de moeilijkheden die je in het leven tegenkomt? Wanneer kun je ergens zelf uitkomen en wanneer is het verstandig om professionele hulp te zoeken? En als je hulp zoekt, bij wie moet je dan zijn?
Precies over dat soort vragen gaat dit boek.
Waar gaat het boek over?
In therapie of niet? is geschreven als een praktische gids voor mensen die meer willen weten over psychotherapie of zelf overwegen om hulp te zoeken.
Het boek begint bij de basis: wat is een psychisch probleem eigenlijk? Vervolgens kijken de auteurs naar de vraag of je psychische problemen zelf kunt oplossen en wanneer het verstandig is om naar bijvoorbeeld een psycholoog of psychiater te gaan.
Daarna worden verschillende vormen van psychotherapie besproken. Onder andere psychoanalytische therapie, cliëntgerichte therapie, gedragstherapie, cognitieve therapie en relatie- en gezinstherapie komen voorbij.
Maar het gaat niet alleen over welke therapieën er bestaan. De auteurs stellen ook praktische vragen. Hoe kies je een therapeut? Hoe herken je een goede therapeut? Wat kost therapie? Wat mag je ervan verwachten? En misschien nog belangrijker: wat kun je doen wanneer een behandeling niet goed verloopt?
Daarmee probeert het boek je uiteindelijk te helpen bij de vraag uit de titel: in therapie of niet?
Mijn ervaring met het boek
Wat ik prettig vind aan het boek, is dat de auteurs niet meteen beginnen met allerlei diagnoses en psychiatrische termen. Ze beginnen juist met een veel fundamentelere vraag: wanneer noemen we iets eigenlijk een psychisch probleem?
Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het helemaal niet.
Niet iedere moeilijke periode in je leven betekent immers dat je een psychische stoornis hebt. Tegelijkertijd kunnen problemen zo groot worden dat het wel verstandig is om professionele hulp te zoeken. Het boek probeert je te helpen om dat onderscheid beter te begrijpen.
Daarvoor gebruiken de auteurs onder andere checklists en voorbeelden. Ze besteden ook aandacht aan zelfdiagnose en leggen uit waarom het verstandig kan zijn om een professional mee te laten kijken wanneer je vermoedt dat er meer aan de hand is.
Een ander onderwerp dat ik interessant vond, is de vraag wat je zelf kunt doen. Een gezonde leefstijl komt bijvoorbeeld aan bod, maar de auteurs doen niet alsof gezond eten, bewegen en goed slapen automatisch alle psychische problemen oplossen.
Er wordt zelfs gekeken naar oplossingen die juist níét helpen en naar gedrag waarmee je psychische problemen mogelijk alleen maar groter maakt.
Welke therapie past bij wie?
Een groot gedeelte van het boek gaat over de verschillende vormen van psychotherapie. Dat vond ik zelf een van de nuttigste onderdelen.
De auteurs leggen uit hoe verschillende therapeuten naar problemen kijken en hoe een behandeling er vervolgens uit kan zien. Een psychoanalytisch therapeut werkt bijvoorbeeld vanuit andere uitgangspunten dan een gedragstherapeut of cognitief therapeut.
Tegenwoordig klinken sommige van die scheidslijnen misschien wat strikter dan we gewend zijn, maar het helpt wel om te begrijpen dat ‘in therapie gaan’ niet één soort behandeling betekent.
Het maakt nogal uit met welke hulpvraag je komt, welke behandelmethode wordt gebruikt en natuurlijk ook of de therapeut bij je past.
Die laatste vraag krijgt gelukkig ook aandacht. Het boek gaat niet alleen uit van de gedachte dat de therapeut de deskundige is en jij je daar vervolgens maar aan moet aanpassen. Er wordt ook besproken wat je van een goede therapeut mag verwachten en wat je kunt doen wanneer een behandeling niet goed verloopt.
Dat vind ik een belangrijk onderdeel van het boek.
Een boek uit een andere tijd
Wat ik inmiddels ook leuk vind aan In therapie of niet?, is dat het boek bijna ongemerkt een klein tijdsdocument is geworden.
Het verscheen in een periode waarin de geestelijke gezondheidszorg er op bepaalde punten anders uitzag dan tegenwoordig. Zo wordt nog verwezen naar de DSM-IV en komt de RIAGG voorbij. Vooral grappig vond ik dat internettherapie wordt beschreven als een relatief nieuwe ontwikkeling.
Dat laatste laat mooi zien hoe snel de zorg is veranderd. Wat toen nog iets nieuws was, is inmiddels een heel normaal onderdeel geworden van de geestelijke gezondheidszorg.
Tegelijkertijd zijn veel van de vragen die het boek stelt nauwelijks veranderd.
Heb ik hulp nodig? Bij wie moet ik zijn? Welke therapie past bij mij? Hoe weet ik of mijn therapeut goed is? En wat doe ik als een behandeling niet werkt?
Juist daardoor leest het boek ondanks zijn leeftijd nog steeds verrassend gemakkelijk.
Conclusie
In therapie of niet? vond ik een prettig en toegankelijk boek om te lezen. In ongeveer 155 pagina’s behandelen Ron van Deth en Walter Vandereycken behoorlijk veel onderwerpen zonder dat het een zwaar psychiatrisch handboek wordt.
Het boek richt zich vooral op psychotherapie en gesprekstherapie. Diagnostiek en medicatie komen wel voorbij, maar spelen duidelijk een kleinere rol.
Natuurlijk is niet alles meer actueel. Verwijzingen naar de DSM-IV en de RIAGG verraden de leeftijd van het boek en internettherapie hoeven we inmiddels echt niet meer als een nieuwe ontwikkeling te introduceren.
Maar misschien maakt juist dat het voor mij tegenwoordig óók interessant.
Toen het boek verscheen was het vooral een praktische gids voor mensen die overwogen om therapie te zoeken. Inmiddels kun je het daarnaast lezen als een klein inkijkje in hoe er ongeveer twintig jaar geleden over psychotherapie en geestelijke gezondheidszorg werd geschreven.
En de belangrijkste vraag is in al die jaren eigenlijk niet veranderd:
In therapie of niet?