Piet Kuiper (1919 – 2002)

Piet Kuiper – psychiater én patiënt

Piet Kuiper (1919–2002) was jarenlang een van de bekendste psychiaters van Nederland. Hij was hoogleraar psychiatrie in Amsterdam en zijn boeken Neurosenleer en Hoofdsom der psychiatrie werden gebruikt door generaties studenten. Vooral in de jaren zestig en zeventig had hij veel invloed op de Nederlandse psychiatrie.

Maar juist zijn levensverhaal maakt hem voor mij interessant.

Kuiper bracht een groot deel van zijn carrière door aan de kant van de behandelaar en wetenschapper. Later kwam hij zelf aan de andere kant terecht toen hij een zeer ernstige depressie kreeg en psychiatrisch patiënt werd.

Over die ervaring schreef hij uiteindelijk Ver heen. Verslag van een depressie.

Neurosenleer

Een van Kuipers bekendste werken is Neurosenleer, dat voor het eerst verscheen in 1966. Het werd een belangrijk leerboek binnen de Nederlandse psychiatrie. Kuiper speelde bovendien een belangrijke rol bij het verbinden van psychiatrie en psychoanalyse binnen het academische onderwijs.

In Neurosenleer probeert hij menselijk gedrag niet los te zien van de omgeving waarin iemand leeft. Zoals hij schrijft:

“We hebben een psychologie nodig die zowel inzicht geeft in hetgeen zich afspeelt in de neurotische als in de gezonde mens en we beschouwen daartoe de mens, handelend in de gemeenschap waarvan hij deel uitmaakt.”

Wat ik interessant vind aan zo’n passage, is dat Kuiper niet alleen naar symptomen kijkt. Hij probeert psychische problemen te begrijpen binnen het functioneren en leven van een mens.

Tegelijkertijd is Neurosenleer duidelijk een boek uit een andere tijd.

Hoeveel zegt een diagnose?

Een onderwerp dat mij in zijn werk aanspreekt, is zijn kritische blik op classificatie.

Kuiper vraagt zich in Neurosenleer af hoeveel we eigenlijk weten wanneer we een psychisch probleem een naam hebben gegeven. Vooral bij neurosen zag hij een probleem: waar eindigt normaal menselijk reageren en waar begint een psychiatrische stoornis?

Die grenzen zijn volgens hem niet altijd zo scherp.

Dat vind ik nog steeds een interessante vraag.

Diagnoses kunnen belangrijk zijn. Ze kunnen helpen om klachten te begrijpen, passende behandeling te vinden en ervoor zorgen dat hulpverleners dezelfde taal spreken. Maar mensen passen niet altijd precies binnen één hokje.

Verschillende klachten en diagnoses kunnen naast elkaar voorkomen en elkaar beïnvloeden. Alleen een classificatie vertelt daarom nog niet het hele verhaal van iemand.

Juist dat spanningsveld tussen een diagnose nodig hebben om iets te kunnen benoemen en een mens niet tot die diagnose willen reduceren vind ik interessant.

Een psychiater wordt patiënt

Het levensverhaal van Kuiper kreeg later een opmerkelijke wending.

De hoogleraar die jarenlang anderen had onderwezen over psychiatrische aandoeningen, kreeg zelf een ernstige depressie. Zijn toestand werd uiteindelijk zo ernstig dat er sprake was van een psychotische depressie.

Over die periode schreef hij Ver heen. Verslag van een depressie, dat in 1988 verscheen en een bestseller werd.

Dat moet in die tijd behoorlijk bijzonder zijn geweest. Een bekende hoogleraar psychiatrie die openlijk schreef dat hij zelf psychiatrisch patiënt was geworden, in een periode waarin daar nog veel meer taboe op rustte dan tegenwoordig.

Kuiper kende depressie niet langer alleen uit studieboeken, colleges en gesprekken met patiënten. Hij wist inmiddels ook hoe het was om zelf ernstig depressief te zijn en opgenomen te worden.

Hij vertelde later dat hij met Ver heen mensen die hetzelfde meemaakten troost wilde bieden.

Dat maakt de titel van zijn levensverhaal voor mij eigenlijk heel treffend: de psychiater was zelf patiënt geworden.

Niet alles heeft de tijd doorstaan

Toch zou ik Kuiper niet alleen willen beschrijven als de psychiater die de psychiatrie menselijker maakte.

Wie zijn oudere werk tegenwoordig leest, komt ook ideeën tegen die duidelijk bij zijn tijd horen en die we nu anders bekijken.

Een duidelijk voorbeeld daarvan is zijn kijk op homoseksualiteit. In zijn oorspronkelijke Neurosenleer plaatste Kuiper homoseksualiteit binnen zijn psychoanalytische denken over neurosen. Later kwam hij daar zelf op terug en verklaarde hij dat hij dit verkeerd had gezien. In de Nieuwe neurosenleer werden zijn opvattingen aangepast.

Ik vind dat juist belangrijk om te benoemen.

Wanneer we terugkijken naar invloedrijke mensen uit de geschiedenis van de psychiatrie, hoeven we ze niet alleen te bewonderen of af te wijzen. Hun werk laat ook zien hoe psychiatrische kennis verandert en hoe ideeën die ooit wetenschappelijk of vanzelfsprekend leken later opnieuw kunnen worden bekeken.

De mens achter de psychiater

In 2023 verscheen Strijd om de ziel, een biografie van Kuiper geschreven door Koen Hilberdink. Daarin ontstaat een veel persoonlijker en ook ingewikkelder beeld van hem.

Aan de hand van onder andere dagboeken en brieven beschrijft Hilberdink Kuipers leven, zijn terugkerende depressies en zijn worstelingen met geloof en zijn eigen seksualiteit. Daarmee wordt ook zichtbaar hoe zijn persoonlijke geschiedenis en zijn wetenschappelijke ideeën soms met elkaar verweven waren.

Dat vind ik misschien wel het interessantste aan Kuiper.

Een psychiater bestudeert de gedachten, gevoelens en problemen van andere mensen, maar staat daar zelf natuurlijk niet buiten. Ook een psychiater neemt zijn eigen geschiedenis, overtuigingen, kwetsbaarheden en tijdgeest mee.

Bij Kuiper wordt dat uitzonderlijk zichtbaar.

Van toen naar nu

Als ik Kuipers werk nu lees, hoef ik het niet overal mee eens te zijn om het interessant te vinden.

Zijn boeken vertellen iets over een periode waarin psychoanalyse een veel grotere plaats innam binnen de Nederlandse psychiatrie. Zijn veranderende ideeën laten zien dat ook psychiatrische kennis niet stilstaat. En Ver heen laat iets heel anders zien: dat degene die normaal gesproken behandelt zelf ook psychisch ziek kan worden.

Misschien past Kuiper daarom juist zo goed binnen Mensen achter de psychiatrie.

Niet omdat hij op ieder gebied zijn tijd vooruit was of omdat al zijn ideeën vandaag nog bruikbaar zijn, maar omdat zijn leven bijna een stuk geschiedenis van de Nederlandse psychiatrie op zichzelf is.

Eerst de invloedrijke psychiater en hoogleraar.

Daarna zelf psychiatrisch patiënt.

En uiteindelijk iemand die besloot ook die ervaring op papier te zetten.