Jan Foudraine (1929 -2016)

“Psychiaters schrijven heel veel. Sommige van hun boeken zijn leesbaar. Maar veel werk is gewoon niet te verteren.”
— Jan Foudraine, Wie is van hout? (1971, p.9)
Jan Foudraine (1929–2016) was psychiater, psychotherapeut en schrijver. In 1971 werd hij in één klap bekend bij een groot publiek met Wie is van hout… Een gang door de psychiatrie.
Het werd geen gewoon psychiatrisch vakboek. Foudraine schreef over zijn eigen zoektocht binnen de psychiatrie, zijn ervaringen in Nederland en de Verenigde Staten en vooral over zijn groeiende kritiek op de manier waarop mensen met psychiatrische problemen werden bekeken en behandeld.
Dat maakte hem een opvallende stem in een periode waarin de psychiatrie zelf volop ter discussie stond.
Wie was Jan Foudraine?
Foudraine werd opgeleid binnen de reguliere psychiatrie, maar raakte gedurende zijn loopbaan steeds kritischer op het vakgebied waarin hij zelf werkte.
Vooral tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten kwam hij in aanraking met andere ideeën over psychotherapie en psychiatrie. De relatie tussen therapeut en patiënt kreeg daarin een veel belangrijkere plaats.
Die ervaringen veranderden ook zijn eigen kijk op psychiatrische patiënten. Foudraine verzette zich steeds sterker tegen het reduceren van mensen tot een diagnose of ziektebeeld.
In Wie is van hout? beschreef hij die ontwikkeling heel persoonlijk. Hij presenteerde zichzelf niet als de deskundige die alle antwoorden al had gevonden, maar nam de lezer mee in zijn eigen zoektocht.
Dat was voor een psychiatrisch boek in die tijd behoorlijk ongebruikelijk.
Wie is van hout?
Wie is van hout? verscheen in 1971 en werd een enorm succes. Mijn eigen exemplaar is de negentiende druk uit mei 1972. Alleen dat zegt al iets over hoe snel het boek destijds werd herdrukt.
Foudraine schreef niet alleen voor psychiaters en andere vakgenoten. Hij wilde de psychiatrie juist begrijpelijk maken voor een veel groter publiek.
Een belangrijk onderwerp in het boek is zijn kritiek op psychiatrische etiketten. Termen als schizofrenie, psychose en neurose konden volgens hem gemakkelijk tussen de hulpverlener en de persoon komen te staan. In plaats van te vragen wie iemand was en wat er in zijn leven gebeurde, bestond het gevaar dat vooral naar het ziektebeeld werd gekeken.
Hij verzette zich ook tegen het idee van de psychiater als de alleswetende deskundige.
De psychiatrie moest volgens hem minder geheimzinnig worden. Patiënten en gewone mensen moesten mee kunnen denken over psychische problemen en over de manier waarop daarmee werd omgegaan.
Dat klinkt tegenwoordig misschien minder revolutionair. Maar juist dat maakt het interessant om het boek ruim vijftig jaar later opnieuw te lezen.
In gesprek met Godfried Bomans

Mijn interesse in Foudraine kreeg nog een extra verbinding met een andere schrijver die mij interesseert: Godfried Bomans.
Naar aanleiding van het enorme succes van Wie is van hout? interviewde Bomans Foudraine. Het gesprek is interessant omdat ze niet alleen over psychiatrie praten, maar ook over de manier waarop Foudraine zijn boek had geschreven.
Bomans merkt op dat wetenschappelijke boeken normaal gesproken maar een beperkt publiek bereiken, terwijl Wie is van hout? opeens door tienduizenden mensen werd gelezen.
Foudraine denkt zelf dat de vorm van het boek daarbij belangrijk was. Hij schreef in de ik-vorm en maakte zijn eigen ontwikkeling onderdeel van het verhaal.
Bomans vat dat mooi samen: andere wetenschappers vertellen hun lezers vaak pas wat ze hebben ontdekt wanneer hun zoektocht voorbij is, terwijl Foudraine zijn lezers juist meeneemt tijdens het zoeken.
Dat verklaart volgens mij voor een deel waarom Wie is van hout? nog steeds zo anders leest dan een traditioneel psychiatrisch studieboek.
Wachtlijsten in 1971
Maar er zit in het interview nog een passage die mij misschien nog meer opviel.
Foudraine vertelt dat hij na het verschijnen van zijn boek telefoontjes kreeg van mensen die zichzelf erin herkenden en psychotherapeutische hulp zochten. Het boek had blijkbaar voor sommige mensen de drempel verlaagd om hulp te vragen.
En vervolgens komt het gesprek op de toegankelijkheid van die hulp.
Foudraine vertelt dat mensen soms anderhalf tot twee jaar moesten wachten voordat ze bij een psychiater terechtkonden.
Bomans reageert daarop scherp met de opmerking dat iemand tegen die tijd allang de gaskraan kan hebben opengedraaid.
Het is een behoorlijk harde opmerking, maar ruim vijftig jaar later is vooral het onderwerp van hun gesprek opvallend herkenbaar: mensen durven hulp te zoeken, maar lopen vervolgens tegen lange wachtlijsten aan.
Toen ik dit interview las, had ik daarom even het gevoel dat de tijd op sommige punten nauwelijks heeft stilgestaan.
Dat vind ik precies waarom oude boeken, interviews en andere publicaties over psychiatrie zo interessant zijn. Sommige ideeën zijn volledig verdwenen of klinken inmiddels sterk verouderd. Andere discussies blijken tientallen jaren later nog verrassend actueel.
Van psychiatrie naar spiritualiteit
Het verhaal van Foudraine eindigt overigens niet bij Wie is van hout?
Later in zijn leven verwijderde hij zich steeds verder van de reguliere psychiatrie en richtte hij zich sterker op spiritualiteit. Hij raakte onder andere betrokken bij Bhagwan Shree Rajneesh, later bekend als Osho.
Daarmee werd hij ook een steeds controversiëlere figuur.
Dat maakt Foudraine voor mij eigenlijk interessanter dan wanneer zijn verhaal alleen zou bestaan uit het succes van Wie is van hout?. Zijn ideeën veranderden gedurende zijn leven behoorlijk en niet alles wat hij later dacht of schreef werd binnen de psychiatrie even enthousiast ontvangen.
Je hoeft hem daarom ook niet als een held van de psychiatrie te zien om zijn geschiedenis interessant te vinden.
Van toen naar nu
Wat mij vooral aanspreekt in het vroege werk van Foudraine is zijn vraag wie er eigenlijk achter een psychiatrische diagnose zit.
Zijn kritiek kwam voort uit een andere tijd en ook zijn eigen antwoorden hoeven we tegenwoordig niet allemaal over te nemen. Toch herken ik iets in zijn verzet tegen het uitsluitend kijken naar diagnoses en ziektebeelden.
Binnen de huidige psychiatrie spreken we bijvoorbeeld veel meer over herstel, eigen regie, samen beslissen en het verhaal van de persoon achter de diagnose.
Dat betekent niet automatisch dat die ideeën rechtstreeks van Foudraine afkomstig zijn. Wel maakt het interessant om zijn werk terug te lezen en te zien welke vragen ruim vijftig jaar geleden al werden gesteld.
Misschien is dat voor mij uiteindelijk het interessantste aan Wie is van hout?.
Niet dat Foudraine alle antwoorden had, maar dat hij vragen durfde te stellen over een systeem waarvan hij zelf onderdeel was.
Uit mijn boekenkast
Mijn exemplaar van Wie is van hout? is de negentiende druk uit mei 1972. Het oorspronkelijke boek verscheen een jaar eerder en werd in korte tijd vele malen herdrukt.
Dat zo’n boek over psychiatrie destijds een groot publiek wist te bereiken, vind ik op zichzelf al bijzonder. Maar het wordt nog interessanter wanneer je het nu opnieuw leest.
Sommige passages horen duidelijk bij de psychiatrie van de jaren zeventig. Andere vragen — over diagnoses, de verhouding tussen hulpverlener en patiënt en zelfs wachtlijsten — voelen verrassend actueel.
En dat is precies waarom dit boek een plek in mijn boekenkast heeft.
Verder lezen
Wie is van hout? is digitaal beschikbaar via de DBNL. Daar kun je het boek zelf lezen:
Wie is van hout? – Jan Foudraine bij DBNL
Bron: Foudraine, J. (1971). Wie is van hout… Een gang door de psychiatrie. Ambo.